Korte beschrijving parameters

De patiënt krijgt van de therapeut de ColonScan® analysebox, met daarin 3 (TFT Parasitologie), 1 (basisscreening darm) en 1 (histaminetest) ontlastingsbuisjes, inclusief verzendmateriaal, een invulformulier voor de medische voorgeschiedenis, een retourenvelop en opvang-hulpmiddelen voor de ontlastingsmonsters, alsook een gedetailleerde instructie voor het opvangen van de ontlasting. De ontlastingsmonsters moeten in de meegeleverde retourenvelop worden teruggestuurd aan ColonConcept. Na ongeveer twee weken ontvangt de patiënt vervolgens een gedetailleerd verslag van de laboratoriumresultaten en een voorstel voor de individuele therapie, inclusief behandelplan.

Wat wordt precies getest?

Maag

Histamine

Histamine is een belangrijk signaalmolecuul, dat op verschillende plaatsen in het lichaam diverse functies heeft. In het maagdarmkanaal helpt histamine bij het reguleren van de productie van maagzuur en geeft het signalen af voor een adequate reactie van het afweersysteem bij overbelasting door parasieten en ziekteverwekkende bacteriën. Zo’n overbelasting zorgt voor verhoogde histaminewaarden en kan leiden tot verschillende gezondheidsproblemen.

Helicobacter pylori

Helicobacter pylori is een bacterie die leeft in de maag. Het is een belangrijke factor in de ontwikkeling van maagontstekingen, maag- en darmzweren en maagkanker. Daarnaast is het een zeer krachtige en intense histaminebron. De infectie verloopt vaak asymptomatisch.

Ontstekingsfactoren, voedselintoleranties en – allergieën

Alfa-1-antitrypsine

Een verhoogde alfa-1-antitrypsine-waarde duidt op een verhoogde doorlaatbaarheid van het darmepitheel (Leaky-Gut-syndroom) en op een latente darmontsteking, als gevolg van voor het slijmvlies giftige micro-organismen en voedselintoleranties. Omdat ook sluimerende ontstekingsreacties worden weergegeven, kan de darmgezondheid vroegtijdige ondersteund worden.

EPX

De eosinofiele proteïne X (EPX) is één van de vier grote eiwitten die voorkomen in de granula van de menselijke eosinofiele leukocyten (granulocyten). De afgifte van EPX kan in macrofagen geactiveerd worden door pro-inflammatoire stimuli op basis van pathogenen en voedselintolerantie/-allergieën. Bij positieve bevinding kunnen verdere onderzoeken uitsluitsel geven over de voedingsstoffen die niet goed verdragen worden (IgG/IgG 4 voedselintolerantietest).

Pathogenese

TFT (Tripple Faeces Test op parasieten)

Om duidelijkheid te krijgen over een mogelijke parasieteninfectie, is de TFT (Tripple Faeces Test) een zeer geschikte methode. Daarbij wordt onderzocht of er in de ontlasting parasieten voorkomen. Omdat parasieten zeer onregelmatig en cyclusafhankelijk via de ontlasting worden uitgescheiden, moeten voor deze test gedurende drie dagen ontlastingsmonsters worden afgenomen. In twee buisjes bevindt zich een stabilisatoroplossing. Die verhindert dat de parasieten onder invloed van de lucht worden afgebroken, waardoor ze niet langer zouden kunnen worden gedetecteerd. Via onze ontlastingstest wordt bij ongeveer 6 op de 10 mensen een positieve parasietendiagnose aangegeven.

 

Een parasiet is een organisme dat leeft van een ander organisme. In het menselijk lichaam leven ze van onze cellen en van het voedsel dat we eten. Er zijn ongeveer 3200 soorten parasieten, die kunnen worden onderverdeeld in twee hoofdgroepen: wormen en protozoa. Wormen komen voor in alle afmetingen, van de minder dan een centimeter grote rondworm, tot de lintworm met een lengte van 12 meter. De meeste protozoa zijn daarentegen eencelligen, die alleen onder een microscoop zichtbaar zijn. Parasieten scheiden giftige stofwisselingsproducten uit, die zowel belastend zijn voor de darmen als ook voor de lever en het immuunsysteem. Ze kunnen leiden tot klachten, zoals een ernstig opgeblazen gevoel, chronische constipatie, chronische diarree, maag- en darmzweren, enz. Bovendien gaat een parasitaire besmetting altijd gepaard met een gebrek aan voedingsstoffen, wat het risico op ziekte weer extra verhoogt.

 

Virulente factoren

Bij het testen op virulente factoren kunnen schadelijke stoffen worden ontdekt, die worden veroorzaakt door bepaalde darmbacteriën. Hierbij wordt onderzocht op de volgende vijf schadelijke factoren: hemolysine, urease, gelatinase, katalase en coagulase. Wordt één of meer van deze stoffen in de ontlasting aangetoond, dan betekent dit dat het immuunsysteem niet optimaal kan functioneren. Virulente factoren verhogen het risico op ontstekingen in de darmen en bevorderen de groei van schadelijke bacteriën. Bovendien leiden virulente factoren tot onvoldoende desinfectie van voedsel, een verhoogde bacteriële histamineproductie en een verhoogd verbruik van zink, ijzer, kobalt en mangaan.

 

Beta-defensine 2

Beta-defensine 2 is een antimicrobieel peptide met een breed werkingsspectrum tegen bacteriën, gisten, schimmels, virussen en parasieten. Het wordt in het lichaam zelf aangemaakt door de neutrofiele polymorfnucleaire cellen en is onderdeel van het aangeboren immuunsysteem. Beta-defensine 2 is belangrijk voor de ondersteuning van de slijmvliesbarrière in de darm. Het geeft ook een inzicht in de werking van de aangeboren slijmvliesimmuniteit. Een verhoogde beta-defensine 2 waarde wordt veroorzaakt door (potentieel) pathogene bacteriën, gisten, schimmels, virulente factoren of parasieten en is daarbij altijd pro-imflammatoir. Verlaagde waarden (<10) kunnen wijzen op een niet toereikende verdediging tegen potentiële ziekteverwekkers. Beide gevallen kunnen een groot aantal lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen veroorzaken.

sIgA (secretorische immunoglobuline A)

Het secretorische immunoglobuline A (sIgA) is verantwoordelijk voor de “antibodycoating ” van het darmslijmvlies. Met andere woorden, het zorgt ervoor dat een beschermende barrière aanwezig is tegen antigenen, toxinen en virussen, zodat schadelijke micro-organismen zich niet kunnen binden aan het darmslijmvlies. Dit is een van de belangrijkste functies van het darmimmuunsysteem. Het zorgt er daarnaast ook voor, dat de genoemde stoffen onschadelijk gemaakt worden. Verder heeft sIgA een anti-ontstekingswerking. Verhoogde waarden kunnen wijzen op een te sterke aangroei of een voedselintolerantie. Verminderde waarden wijzen op een zwakke slijmvliesimmuniteit, omdat hierdoor potentiële ziekteverwekkers, antigenen en toxines de slijmvliesbarrière gemakkelijker kunnen overwinnen en ontstekingen kunnen veroorzaken. Verhoogde waarden duiden op een verhoogde aanwezigheid van antigenen, meestal IgG/IgG4, en daardoor een verwante voedselintolerantie.

 

Bacteriën, gisten en schimmels

Er wordt getest op de belangrijkste aërobe en anaërobe bacteriën, gisten en schimmels en deze worden beoordeeld op hun pathogene eigenschappen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen potentieel pathogene micro-organismen en pathogene micro-organismen. Schadelijke micro-organismen (zoals bijv. salmonella) zijn rechtstreeks van invloed op de drager en leiden onmiddellijk tot gezondheidsproblemen. Potentieel schadelijke micro-organismen (bijv. Candida albicans) kunnen,  afhankelijk van de toestand, schadelijke invloed hebben op de gezondheid van de darmen. Candida albicans kan de veroorzaker zijn van diverse chronische aandoeningen, die niet op de eerste plaats in verband worden gebracht met een darmziekte, maar wel kunnen leiden tot veel lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen. Bij chronische gezondheidsbeperkingen zijn met name de potentieel schadelijke micro-organismen interessant, omdat dit de veroorzakers van verschillende chronische ziektes kunnen zijn, die op het eerste gezicht niets met darmziektes te maken lijken te hebben.

 

Slijmvliesimmuniteit

De slijmvliesimmuniteit, ook wel mucosa genoemd, is een van de belangrijkste afweermechanismen om holle organen, zoals het maagdarmkanaal, maar ook bijv. de vagina, te beschermen tegen het binnendringen van schadelijke organismen en giftige stoffen. Het slijmvlies heeft enerzijds een barrièrefunctie, anderzijds vormt het een smeer- en beschermende film op het respectievelijke holle orgaan. Bovendien kan het, door het vrijkomen (secretie) van antibacteriële stoffen, een ​​microbiële verdediging mogelijk maken en betrokken zijn bij de opname van stoffen uit de darminhoud. In het geval van de darmen betekent dit, dat alleen door een intact slijmvlies en een intacte slijmvliesbarrière, een optimale aanvoer van voedingsstoffen en een optimale bescherming van het organisme gegarandeerd kan worden. Om een ​​nauwkeurig inzicht te krijgen in de mucosale verdediging, meten we zowel de activiteiten van de verkregen bescherming (sIgA) als de activiteit van de aangeboren verdediging (beta-defensine 2). Zo kan, indien nodig, een geschikte voedingstherapie worden samengesteld.

Wir nutzen Cookies um Ihnen den bestmöglichen Service zu gewährleisten. Durch die weitere Nutzung der Seite stimmen Sie der Verwendung von Cookies zu. Weitere Informationen & Datenschutzerklärung

Die Cookie-Einstellungen auf dieser Website sind auf "Cookies zulassen" eingestellt, um das beste Surferlebnis zu ermöglichen. Wenn du diese Website ohne Änderung der Cookie-Einstellungen verwendest oder auf "Akzeptieren" klickst, erklärst du sich damit einverstanden.

Schließen